1.     Geschiedenis kazerne

Op 25 november 1887 worden de eerste aanbestedingen uitgeschreven voor de grondwerken, funderingen, afwateringen en de rioleringen voor een nieuwe kazerne gelegen aan de rue de Stembert te Verviers.

Op 30 juni 1890 betrekt het 11e bataljon (komende van Namen) van het 12de Linieregiment onder leiding van Majoor Siron als eerste legereenheid de gloednieuwe kazerne, wiens architecturale uitstraling oa. door de lokale krant “Le Nouvelliste” extra in de verf wordt gezet. Ze gold toen als een schoolvoorbeeld van innovatieve bouw, bedacht en gerealiseerd door de Genie Kapitein Sinet die aangeduid was door de stad Verviers als leidinggevend ingenieur. Speciale kenmerken waren toen de zeer ruime drie hoofdgebouwen, de overvloedige luchtverversing van de lokalen, de globale recuperatie van regenwater, het ingenieuze en continue werkende douche systeem, de met stoom verwarmde kuipen in de keuken Troep, de speciale indeling van het washok met droogrekken gemonteerd op rollen en de verlichting van de lokalen door middel van olielampen.

De totale kostprijs, integraal gedragen door de staat, bedroeg toen 690.000 franken.

Op 9 augustus 1913 verhuist de regimentschool van Bouillon ook naar Verviers.

Tijdens de mobilisatie van in augustus 1914 vervoegt het 11de bataljon het regiment te Luik, en ondergaat haar vuurdoop in een oorlogssituatie te Sart-Tilman.

Op 28 september 1918 wordt Majoor Adolphe Cogniaux aan het hoofd van zijn bataljon dat deel uitmaakt van het 12de Linieregiment, gedood door de vijand te Langemark tijdens de bestorming van het woud van Houthulst.

Op 1 december 1918 wordt het 3de bataljon van het 12de Linie overgeplaatst van Luik naar Verviers.

Begin juli 1919 vindt een triomfantelijke terugkeer plaats van het 12de Linie en de 4de Jagers. Het 12de Linie verlaat echter de kazerne van Verviers definitief op 25 juli 1919 om zich bij de rest van het regiment te Luik te vestigen.

De 4de Jagers vertrekken op hun beurt op 13 oktober 1920, en worden vervangen door het 11de Linie, hetwelk opnieuw vertrekt op 7 mei 1924 en plaats maakt voor een bataljon van het 15de Linie. Dit laatste wordt opgeheven op 29 januari 1926 en wordt opgenomen in een bataljon van het 1e Linie onder leiding van Majoor Blanchard.

Met de bedoeling om de rest van het regiment in Verviers te kunnen huisvesten wordt op 3 juli 1934 een uitbreidingsaanvraag ingediend.

Op 16 juli 1934 wordt aan de kazerne de benaming “Kwartier Majoor Cogniaux” toegekend.

In 1935 zijn twee nieuwe blokken voltooid, waardoor de capaciteit van de kazerne toeneemt met twee bataljons, dus de drie bataljons van het 1e Linie kunnen er worden gehuisvest, en dit onder leiding van Kolonel Sieben. Op 5 december 1935 vindt de officiële inwijding van de vergrote kazerne plaats in aanwezigheid van de minister Albert Deveze. De verbouwing heeft 7.000.000 franken gekost.

Op 10 mei 1940 vertrekt het 1e Linie uit deze kazerne naar de oorlog, in de voetsporen van haar voorouders in 1914.

Na de tweede wereldoorlog kent de kazerne opnieuw een komen en gaan van verschillende eenheden :

·       01/02/1946 : Veldhospitaal 1

·       01/09/1946 : 22e bataljon Artillerie

·       05/07/1948 : 3e Centrum Hergroepering

·       15/09/1951 : 9e en 14e Linie

·       01/09/1953 : 15e bataljon GTA (luchtafweer)

·       03/01/1954 : 3e Jagers Te Voet

In oktober 1962 verhuist het 14e bataljon Transmissie van Aken naar Verviers. Als gevolg van de herstructurering van de Landmacht wordt dit bataljon ontbonden op 28 februari 1969, waarop er op 1 maart de 14e Compagnie TTR (14 Cie TTR) opgericht wordt. Deze verhuist naar Dellbruck (D) om op 3 augustus 1978 samen met het Hoofdkwartier van de 1e Divisie naar de kazerne van Verviers terug te keren.

In juni 1979 biedt het kwartier Majoor Cogniaux onderdak aan een Compagnie van het Hoofdkwartier (Cie HK), alsook een detachement van de Militaire Politie. Een nieuwe reorganisatie zal dan de Cie HK met de 14 Cie TTR samensmelten als “Cie HK en TR”.

In 1990 worden de Staf en de Cie HK en TR van de 1e Divisie ontbonden op vredesvoet

2.     Geschiedenis 20 Cie TTR

20 TTR werd opgericht op 22 november 1939, tijdens de reorganisatie der Transmissies, en ingedeeld bij de Divisie “Ardeense Jagers” te Fallais-Les-Hannut in de provincie Luik.

20 TTR nam deel aan de 18daagse veldtocht van het Belgisch Leger in mei 1940 ! Kapitein Luyckx, toenmalige Compagniecommandant, werd op 27 mei 1940 gekwetst nabij Tielt en vervangen door reserveluitenant Godeau. Tijdens deze veldtocht sneuvelden 1 onderofficier, en een tiental korporaals en soldaten.

Omdat ze gedurende de veldtocht blijk gaf van veel uithoudingsvermogen, toewijding en moed, en haar zware taken stipt uitvoerde, dikwijls verborgen en onbekend, kreeg 20 TTR, samen met andere Transmissie eenheden, een eervolle vermelding bij de Leger Dagorde.

In 1952 werd 20 TTR op oorlogsvoet aangeduid in de algemene reserve van de Binnenlandse Strijdkrachten, en de Compagnie werd ontbonden…

Op 1 maart 1969 werd 20 TTR echter opnieuw in het leven geroepen naar aanleiding van de reorganisatie van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. Ontsproten uit de 2e en de 21e  bataljons TTR (Bn TTR Div) kreeg de eenheid als opdracht de transmissies te verzorgen ten voordele van de Artillerie met nucleaire capaciteit van het 1(BE)Corps.

De eerste Korpscommandant was Majoor De Bruyn, die de Compagnie in haar eerst vorm kneedde en de eerste opdrachten vervulde. In 1974 gaf de Majoor de teugels over aan Majoor Grandelet. Het is tijdens deze bevelvoering 1974-1976 dat 20 TTR een aanzienlijke verhoging kende van personeel en materieel, en dat ze haar definitieve structuur kreeg.

Op 21 april 1975 wisselde het personeel van 20 TTR de kaki muts voor de blauwe muts van de Artillerie-eenheden, waarvoor ze sedert 1969 de transmissies verzorgde.

De volgende Korpscommandanten waren Commandant Baert (van 9 juli 1976 tot 23 juni 1983) en Majoor Braem (van 23 juli 1983 tot 26 maart 1986).

In 1985 kende de Compagnie haar tweede grote reorganisatie met de overgang naar het RITA materiaal (Réseau Intégré de Transmission Automatique of het Geïntegreerd Automatisch Transmissie Net) hetwelk effectief operationeel werd op 30 oktober 1985.

Op 26 maart 1986 nam Majoor Auquiere alzo het bevel over van een Compagnie die volledig anders gestructureerd was, vergeleken bij haar oprichting.

Majoor Temmerman nam op zijn beurt het bevel over op 22 juni 1989 van een geheel nieuwe eenheid, volledig geherstructureerd en gereorganiseerd. 20 TTR werd uitgerust met ultramoderne radiotoestellen, en verandert van opdrachten en van hiërarchie door weer onder bevel te komen van CTTR en 1(BE)Corps.

Door de grote herstructurering van het TTR wapen verlaat 20 TTR het kwartier in Dellbruck (Keulen) in de zomer van 1990, om zich voortaan in Verviers te vestigen, in de kazerne Majoor Cogniaux gelegen aan de rue Carl Grün 13 (Stembert).

20 TTR wordt voortaan de radiocompagnie (“Compagnie HF Radio”) voor het 1(BE)Corps.

In 1991 vertrekt 20 TTR naar Irak om er deel te nemen aan de operatie “Provide Comfort” in het kader van de Golfoorlog.

In 1994 werd de Belgische dienstplicht opgeschort, onder impuls van Minister Leo Delcroix. Op 5 februari 1995 zwaaien de laatste miliciens af. Hiermee kwam een einde aan de Algemene Dienstplicht in België, in voege sinds 30 augustus 1913.

Op vrijdag 10 juni 1994 defileert 20 TTR voor de allerlaatste keer voor het stadhuis van Verviers, voor het oog van het stadsbestuur en de legerleiding. Na een laatste schouwing van de troepen, ongeveer 100 militairen, wordt nog hulde gebracht aan de radio-operatoren die in Joegoslavië dienden.

Tegen eind oktober 1994 hebben de meeste militairen de kazerne van Verviers al verlaten. De meesten vertrekken naar Saive, Marche-en-Famenne of Peutie. De ontbinding van de Compagnie 20 TTR heeft dan al haar laatste dans ingezet, en eind 1994 trekt de laatste militair voor de laatste keer de kazernepoort achter zich dicht.

20 TTR wordt ontbonden : het puur operationele gedeelte wordt geïntegreerd in 4 TTR te Saive, hetwelk op haar beurt de ondersteunende TTR eenheid aan de enig overblijvende gevechtsdivisiestaf wordt, eveneens gevestigd te Saive.

Ten gevolge van nieuwe reorganisatie transformeert 4 TTR begin 1995 naar 4 BN QG TR (4e Bataillon Quartier Général et Transmissions). Uiteindelijk gaat ze over in de 4 Gp CIS (= Communication and Information Systems), en verhuist van Saive naar Marche-en-Famenne.

In 2000 werd tot een zoveelste herstructurering van de Strijdkrachten besloten. De klassieke Machten zijn verdwenen, en worden door "Componenten" vervangen. Ondertussen heeft 1(BE)Corps geen gevechtsdivisie meer, maar enkel 2 gevechtsbrigades te Leopoldsburg en Marche-en-Famenne. Het TTR wapen wordt om evidente redenen omgevormd naar CIS, en onder één Corporate Commando G6 geplaatst.

De Groepering CIS omvat momenteel de volgende eenheden : de 4 Groupe (Gp) CIS in Marche-en-Famenne, de 5 Gp CIS in Doornik, de 6 Gp CIS in Peutie en de 10 Gp CIS in Leopoldsburg.

3.     Bestemming kazerne

In 1995 wordt het beheer van de kazerne gedesaffecteerd van Landsverdediging, en officieel overgeheveld naar het departement “Aankoop Gebouwen” van het Ministerie van Financiën, hetwelk het complex te koop stelt vanaf 1999. Ondanks de verlaagde prijs van 750.000 EUR bieden er zich weinig of geen kandidaat-kopers aan.

Bij akte van 16 mei 2001 wordt een gedeelte van de gedesaffecteerde militaire gebouwen, de hangars met het carpark gelegen nabij de rue des Charrons (oppervlakte van 2,48 hectare), verkocht aan Verviers Invest sprl voor de prijs van 255.330 EUR (10.300.001 BEF).

Deze situatie wijzigt in 2003 wanneer er, mede onder impuls van het winkelproject “Spintay” door Foruminvest (een investeringsmaatschappij) nieuw leven geblazen wordt in het commerciële elan van Verviers, en kandidaat-investeerders opnieuw geïnteresseerd raken in de kazerne. Er is sprake van plannen om in het geheel 80 tot 120 lofts te realiseren tussen de 90 en 200m², en dit op een totale oppervlakte van 31.200 m².

Uiteindelijk worden bij akte van 19 augustus 2005 de gebouwen en gronden van de voormalige kazerne verkocht aan G.P. Invest sa, een onderdeel van de Groupe Promo sa uit La Louvière, dewelke het hoogste bod deed van alle gegadigden : 1.970.000 EUR.

Het plan is om alles te transformeren naar een 40-tal woningen, appartementen, lofts en ook enkele commerciële ruimten. De bestaande sportzaal zou ook volledig gerenoveerd en behouden worden als sporthal voor oa. de 2 naburige scholen en de sportclubs.

Het geheel wordt echter doorverkocht aan de Antwerpse bouwpromotor Joseph Van Den Bergh. Die creëert er via zijn vennootschappen Bergh Invest nv (promotor) en Key Invest nv (bouwheer) het ambitieuze woonproject “Clos des Fontaines” dat zich uitstrekt op 3,5 hectare,  in samenwerking met het lokale architectenbureau “Lejeune Giovanelli sprl” uit Pepinster.

De stad Verviers bekwam dat er ook een gebouw zal worden voorbehouden voor de huisvesting van senioren, en er komen enkele winkels aan de rue de Stembert. De sporthal waarvan sprake komt er voorlopig niet.

Eind 2008 wordt een eerste gebouw opgeleverd : “Residentie La Grâce” dat 41 appartementen, 2 studio’s en 49 parkingplaatsen omvat. In dit voormalig blok C bevond zich vroeger de Etat-Major.

Tegen half 2011 werd “Résidentie  Natalis” afgewerkt, onderverdeeld in 8 appartementen, 6 studio’s, 8 garages en 2 parkeerplaatsen. Het betreft het vroegere blok B aan de linkerkant van de hoofdingang van de kazerne, waar zich ondermeer de infermerie bevond.

Intussen vorderen ook de werken voor het derde gebouw “Residentie Rio”, waarin 61 appartementen en 5 studio’s gerealiseerd worden, het gaat om het vroegere blok D rechts van de hoofdingang. Hier bevonden zich oa. het wachtlokaal, de slaapkamers van de miliciens en enkele BV’s op de verdiepingen, en de wapenkamer op het gelijkvloers.

De totale investering zou enkele miljoenen euro bedragen.

contact : 20TTR@telenet.be © 2017